"Sarah, wat weet je over Turkije?"
Bijna alle cursisten zijn naar huis, alleen cursist A. en H. staan nog in het lokaal en kijken me aan.
"Niet genoeg", zeg ik beschaamd. "Ik weet dat het niet goed is en dat cursisten vluchten. Ik weet dat als ze teruggaan ze in de gevangenis belanden of erger, maar...dat is niet genoeg, sorry."
"Aah", zegt cursist A. met terneergeslagen ogen.
"Van waar in Turkije kom je?", vraag ik hem.
"Istanbul," zegt hij, "wij komen uit Istanbul."
"Waarom ben je naar België gekomen?", vraag ik hem om het gesprek gaande te houden.
"Om te studeren", luidt zijn antwoord.
"Gewoon om te studeren?", vraag ik hem lichtelijk verbaasd en opgelucht dat ik niet het zoveelste schrijnende verhaal op mijn schouders gedumpt zal krijgen.
"Ja"
"Wat wil je studeren?"
"Psychologie."
"Oei", het flapt eruit voor ik er erg in heb. "En...wil je dan met dat diploma in België werken of ergens anders?"
"Ik weet nog niet, is psychologie niet goed?", vraagt hij en kijkt me met zijn grote donkere ogen aan.
"Er is weinig werk voor psychologie", antwoord ik eerlijk terwijl mijn hart een beetje breekt.
"Misschien doe ik iets anders, ik weet nog niet, ik vind geschiedenis interessant, of psychologie of sociologie."
"Hmm, voor werk is sociologie dan misschien het beste", denk ik luidop.
"Mja", klinkt het.
"Ik heb een bachelor, misschien doe ik een master", laat cursist H. plots van zich horen.
"Super, welk diploma heb je?", vraag ik hem.
"Business."
Ik knik, daar weet ik niet zo veel over.
"Wij zijn samen in Turkije vertrokken. In België vroeg ik aan H.: "Zullen we hier blijven?" en toen zijn we gebleven", zet A. het gesprek verder.
"En, is het positief of negatief?", vraag ik hen beide.
"Positief", reageren ze onmiddellijk.
"Ik ben vrij", zegt cursist H., "en er is geen gevaar."
Ik glimlach. Al mijn zorgen lijken plots zo onbenullig. Ik ben vrij en er is geen gevaar, de basis voor een goed en gelukkig leven ligt al 26 jaar aan mijn voeten en toch leef ik niet zorgeloos.
"Kennen jullie elkaar al lang?"
"Al van toen we 14 jaar waren", antwoordt H.
Ik beeld me in hoe het zou zijn om morgen samen met een vriendin de wijde wereld in te trekken. Waarheen? Geen idee, zolang het maar niet hier is. Samen een woonplaats te kiezen, een nieuwe taal te leren, nieuwe mensen te leren kennen. Ik beeld me in hoe sterk hun band moet zijn, onverslijtbaar.
"Wij hebben gestudeerd", zegt cursist A. plots. De woorden komen van diep en het gesprek neemt een andere wending.
"Ja," beaamt H. "wij hebben acht jaar gestudeerd."
Mijn vragende blik wordt beantwoord door A.: "Maar wij hebben geen diploma."
"Nee," vult H. aan "wij hebben acht jaar gestudeerd en veertig dagen voor de graduation werd onze universiteit gesloten."
"Wij hebben geen diploma", herhaalt A.
Ik val stil, daar is het schrijnende verhaal waar ik voor vreesde, een steek in mijn hart, een krop in mijn keel. "Jullie moeten boos zijn", stamel ik.
"DAT is Turkije", antwoordt A.
Dat is Turkije, de woorden zinderen na in mijn hoofd terwijl we samen het lokaal uitlopen en ik de deur op slot draai. Dat is Turkije, hoor ik weer terwijl ik hen een goed weekend wens en zij de trap nemen en ik op de lift blijf wachten.
Dat is Turkije, denk ik terwijl ik reflecteer over mijn acties. Ik leer hen Nederlands, ik luister, maar ik schiet te kort, ik ben machteloos, want dat is Turkije.