"Jaag je dromen achterna", dat mijn droom van deze nacht nooit werkelijkheid moge worden, denk ik dan:
Midden in een dorpje staat een oud, vervallen gebouw. Daar leef ik. Het dorp veracht me, haat me, ik vrees hen.
Ik verschuil me in het gebouw, de lichten zijn zelden aan en ik maak geen lawaai. Ik wil hen niet provoceren met mijn aanwezigheid.
Ik wacht op de dag dat ik ontsnappen kan. De auto die naast het gebouw staat rijdt niet langer en ik ben moederziel alleen. Ik zie geen uitweg.
Elke dag, op hetzelfde tijdstip, komt er een man op een paard langs. Een groot, donker, statig paard. Ze passeren langzaam, beiden starend naar mijn gebouw.
De ruiter draagt een indrukwekkend legervest, een masker voor zijn gezicht en een kaki arafatsjaal verstoppen zijn kin en mond.
Elke dag sluip ik naar het raam, met versleten, bruine rolluiken op spleetjes, en kijk ik naar hem.
De haren op mijn arm komen overeind en ik stop even met ademen.
Ik denk dat hij mij ook kan zien, met zijn donkere ogen, door het rolluik heen.
Elke dag passeert hij en gooit hij stenen naar het raam waarachter ik schuil. Met elke steen barst het raam een beetje meer. Tot op een dag enkel de oude, verrotte rolluiken een barrière vormen tussen het dorp en ik...
dinsdag 7 november 2017
donderdag 2 november 2017
"svarabhaktivocaal", zei de taalkundige.
Ik ben letterkundige, maar sinds ik klaar ben met het sprokkelen van diploma's blijk ik ook klaar met lezen te zijn. Ik denk dat ik met twee handen toe kom om de boeken, die ik van A tot Z uitlas, op mijn vingers te tellen.
Dat is beschamend, ik weet het.
Ik ben ook taalkundige.
Daardoor kan ik jullie vertellen dat 'svarabhaktivocaal' een absolute winnaar is tijdens Galgje.
Daardoor komt het ook dat mijn focus tijdens het fietsen meer op de woorden en zinnen ligt die ik onderweg tegenkom, dan op het omliggend verkeer.
Dat is beschamend, ik weet het.
Ik ben ook taalkundige.
Daardoor kan ik jullie vertellen dat 'svarabhaktivocaal' een absolute winnaar is tijdens Galgje.
Daardoor komt het ook dat mijn focus tijdens het fietsen meer op de woorden en zinnen ligt die ik onderweg tegenkom, dan op het omliggend verkeer.
"Beste dier, plas niet hier."
"Beste dier", ik zeg het luidop, hopend dat er geen vliegjes zullen profiteren van dit kortstondige moment.
De woorden laten een vieze smaak achter in mijn mond.
"Dier, onbepaald, het dier, het-woord: adjectief zonder e."
"Beste, superlatief van goed, een adjectief."
Ik zoek in alle hoeken van mijn brein...een voorbeeld van een onbepaald substantief in combinatie met een superlatief. Is de kampioen niet steeds bepaald?
Ik wijk af: "Beste, een begroeting, geen adjectief, dus niemand die maalt om het of de, toch?"
De vieze nasmaak blijft, maar wordt leefbaar.
Ondertussen heb ik bijna de garage bereikt, ik vraag me af hoe ik dit het beste neerschrijf.
Schrijven is een passie die ik nooit voldoende nagejaagd heb.
Ik weet hoe ik wil beginnen en wat ik zal zeggen, wie het lezen zal? Geen flauw idee!
Taalkundigen misschien?
Abonneren op:
Posts (Atom)