"Sarah, wat weet je over Turkije?"
Bijna alle cursisten zijn naar huis, alleen cursist A. en H. staan nog in het lokaal en kijken me aan.
"Niet genoeg", zeg ik beschaamd. "Ik weet dat het niet goed is en dat cursisten vluchten. Ik weet dat als ze teruggaan ze in de gevangenis belanden of erger, maar...dat is niet genoeg, sorry."
"Aah", zegt cursist A. met terneergeslagen ogen.
"Van waar in Turkije kom je?", vraag ik hem.
"Istanbul," zegt hij, "wij komen uit Istanbul."
"Waarom ben je naar België gekomen?", vraag ik hem om het gesprek gaande te houden.
"Om te studeren", luidt zijn antwoord.
"Gewoon om te studeren?", vraag ik hem lichtelijk verbaasd en opgelucht dat ik niet het zoveelste schrijnende verhaal op mijn schouders gedumpt zal krijgen.
"Ja"
"Wat wil je studeren?"
"Psychologie."
"Oei", het flapt eruit voor ik er erg in heb. "En...wil je dan met dat diploma in België werken of ergens anders?"
"Ik weet nog niet, is psychologie niet goed?", vraagt hij en kijkt me met zijn grote donkere ogen aan.
"Er is weinig werk voor psychologie", antwoord ik eerlijk terwijl mijn hart een beetje breekt.
"Misschien doe ik iets anders, ik weet nog niet, ik vind geschiedenis interessant, of psychologie of sociologie."
"Hmm, voor werk is sociologie dan misschien het beste", denk ik luidop.
"Mja", klinkt het.
"Ik heb een bachelor, misschien doe ik een master", laat cursist H. plots van zich horen.
"Super, welk diploma heb je?", vraag ik hem.
"Business."
Ik knik, daar weet ik niet zo veel over.
"Wij zijn samen in Turkije vertrokken. In België vroeg ik aan H.: "Zullen we hier blijven?" en toen zijn we gebleven", zet A. het gesprek verder.
"En, is het positief of negatief?", vraag ik hen beide.
"Positief", reageren ze onmiddellijk.
"Ik ben vrij", zegt cursist H., "en er is geen gevaar."
Ik glimlach. Al mijn zorgen lijken plots zo onbenullig. Ik ben vrij en er is geen gevaar, de basis voor een goed en gelukkig leven ligt al 26 jaar aan mijn voeten en toch leef ik niet zorgeloos.
"Kennen jullie elkaar al lang?"
"Al van toen we 14 jaar waren", antwoordt H.
Ik beeld me in hoe het zou zijn om morgen samen met een vriendin de wijde wereld in te trekken. Waarheen? Geen idee, zolang het maar niet hier is. Samen een woonplaats te kiezen, een nieuwe taal te leren, nieuwe mensen te leren kennen. Ik beeld me in hoe sterk hun band moet zijn, onverslijtbaar.
"Wij hebben gestudeerd", zegt cursist A. plots. De woorden komen van diep en het gesprek neemt een andere wending.
"Ja," beaamt H. "wij hebben acht jaar gestudeerd."
Mijn vragende blik wordt beantwoord door A.: "Maar wij hebben geen diploma."
"Nee," vult H. aan "wij hebben acht jaar gestudeerd en veertig dagen voor de graduation werd onze universiteit gesloten."
"Wij hebben geen diploma", herhaalt A.
Ik val stil, daar is het schrijnende verhaal waar ik voor vreesde, een steek in mijn hart, een krop in mijn keel. "Jullie moeten boos zijn", stamel ik.
"DAT is Turkije", antwoordt A.
Dat is Turkije, de woorden zinderen na in mijn hoofd terwijl we samen het lokaal uitlopen en ik de deur op slot draai. Dat is Turkije, hoor ik weer terwijl ik hen een goed weekend wens en zij de trap nemen en ik op de lift blijf wachten.
Dat is Turkije, denk ik terwijl ik reflecteer over mijn acties. Ik leer hen Nederlands, ik luister, maar ik schiet te kort, ik ben machteloos, want dat is Turkije.
vrijdag 16 november 2018
dinsdag 25 september 2018
Het semester der excuses.
"Sorry dat ik te laat ben, ik ben te laat vertrokken.", het semester werd ingezet met het meest eerlijkste excuus ooit gehoord op een vakvergadering. Eerlijkheid wordt geapprecieerd, dat kon men uit het gelach afleiden.
Sindsdien ging het bergaf met de excuses.
Cursist J. besteedt meer aandacht aan haar smartphone dan aan mijn les. Het zijn volwassenen, denk ik dan. Ik stel haar af en toe een vraag, dat leidt tot een gênante situatie, want keer op keer antwoordt ze fout. 'Dat het misschien beter zou gaan als ze haar smartphone aan de kant legt', stel ik voor. Helaas, vandaag gaat de smartphone voor.
Na de les komt ze zich excuseren, omdat ze een beetje "distracted" was. Het excuus: "Er zijn enkele mensen ziek uit mijn guild en nu moet ik alles rechthouden. "I swear" soms werk ik precies met kleuters."
'Right back at you', denk ik. Maar ik glimlach ongemakkelijk en zeg niets. Wat antwoord je op zo'n excuus?
Ook cursist A. komt zich excuseren, ook hij had zijn dagje niet. Tandpijn, zo blijkt. Ik wens hem veel beterschap, blij dat er ook goede excuses zijn.
Enkele dagen later krijg ik bericht van cursist M. We hebben test die avond, maar helaas kan hij niet komen: "Ik kan niet komen vandaag. Ik ben echt mooi. Sorry voor dat."
Hij wint de prijs voor grappigst excuus. Wanneer ik hem terugzie vertel ik hem dat mooi en moe geen synoniemen zijn en dat "moe zijn" geen goed excuus is. We zijn allemaal moe 's avonds, maar we slepen ons voort tot het eind van de les.
Vandaag liet cursist V. me weten dat ze niet naar de les zal komen, haar dochter heeft morgen test en dus moet ze studeren. 'Kunnen kinderen dan niets zonder hun moeder?', vraag ik me af.
Ik ben blij dat ik zoveel excuses ontvang. Mijn cursisten beseffen dat ik hen verwacht in de les en dat ik anders een berichtje wil, maar wanneer hun Nederlands een beetje beter is, zal ik hen toch echt moeten aanleren wat een geldig excuus is. Mooi zijn is dat alvast niet.
Sindsdien ging het bergaf met de excuses.
Cursist J. besteedt meer aandacht aan haar smartphone dan aan mijn les. Het zijn volwassenen, denk ik dan. Ik stel haar af en toe een vraag, dat leidt tot een gênante situatie, want keer op keer antwoordt ze fout. 'Dat het misschien beter zou gaan als ze haar smartphone aan de kant legt', stel ik voor. Helaas, vandaag gaat de smartphone voor.
Na de les komt ze zich excuseren, omdat ze een beetje "distracted" was. Het excuus: "Er zijn enkele mensen ziek uit mijn guild en nu moet ik alles rechthouden. "I swear" soms werk ik precies met kleuters."
'Right back at you', denk ik. Maar ik glimlach ongemakkelijk en zeg niets. Wat antwoord je op zo'n excuus?
Ook cursist A. komt zich excuseren, ook hij had zijn dagje niet. Tandpijn, zo blijkt. Ik wens hem veel beterschap, blij dat er ook goede excuses zijn.
Enkele dagen later krijg ik bericht van cursist M. We hebben test die avond, maar helaas kan hij niet komen: "Ik kan niet komen vandaag. Ik ben echt mooi. Sorry voor dat."
Hij wint de prijs voor grappigst excuus. Wanneer ik hem terugzie vertel ik hem dat mooi en moe geen synoniemen zijn en dat "moe zijn" geen goed excuus is. We zijn allemaal moe 's avonds, maar we slepen ons voort tot het eind van de les.
Vandaag liet cursist V. me weten dat ze niet naar de les zal komen, haar dochter heeft morgen test en dus moet ze studeren. 'Kunnen kinderen dan niets zonder hun moeder?', vraag ik me af.
Ik ben blij dat ik zoveel excuses ontvang. Mijn cursisten beseffen dat ik hen verwacht in de les en dat ik anders een berichtje wil, maar wanneer hun Nederlands een beetje beter is, zal ik hen toch echt moeten aanleren wat een geldig excuus is. Mooi zijn is dat alvast niet.
Labels:
excuses,
excuus,
klas,
leerkracht,
leraar,
lerares,
les,
nederlands,
nt2
dinsdag 31 juli 2018
Twee pechvogels.
Wanneer twee pechvogels samen een vlucht boeken, dan heeft het vliegtuig vertraging. Gelukkig halen ze, met behulp van goede karma, hun aansluiting.
Wanneer twee pechvogels een half uur op voorhand aan de bushalte staan, komt de bus een uur te laat.
Wanneer twee pechvogels in een hostel overnachten, wordt één van hen getroffen door een bacterie en verandert de gemeenschappelijke badkamer in een nachtelijk kots- en kakparadijs.
Wanneer twee pechvogels op een tropisch eiland verblijven, ondervindt het eiland de ergste regenval in zeven jaar tijd. De wegen veranderen op enkele minuten tijd in rivieren. Wanneer twee pechvogels de wondere onderwaterwereld gaan ontdekken, komt de een boven met een bloedende snee, de ander met een stukje zee-egel in zijn voet.
Wanneer twee pechvogels de bus nemen, valt de airco uit. Natuurlijk waren ze gekleed op de kou.
Wanneer twee pechvogels samen op reis gaan, zorgen ze voor elkaar. Want een pechvogel alleen, is een vogel voor de kat.
Wanneer twee pechvogels een half uur op voorhand aan de bushalte staan, komt de bus een uur te laat.
Wanneer twee pechvogels in een hostel overnachten, wordt één van hen getroffen door een bacterie en verandert de gemeenschappelijke badkamer in een nachtelijk kots- en kakparadijs.
Wanneer twee pechvogels op een tropisch eiland verblijven, ondervindt het eiland de ergste regenval in zeven jaar tijd. De wegen veranderen op enkele minuten tijd in rivieren. Wanneer twee pechvogels de wondere onderwaterwereld gaan ontdekken, komt de een boven met een bloedende snee, de ander met een stukje zee-egel in zijn voet.
Wanneer twee pechvogels de bus nemen, valt de airco uit. Natuurlijk waren ze gekleed op de kou.
Wanneer twee pechvogels samen op reis gaan, zorgen ze voor elkaar. Want een pechvogel alleen, is een vogel voor de kat.
vrijdag 6 juli 2018
Afscheid van een vriend
Lieve Anna
Ik heb al afscheid van je genomen, nog voor het je tijd was. De afstand was te groot, niet enkel fysiek, maar vooral mentaal. Hoe je in paniek zocht naar de kleine Sarah die ik ooit was, terwijl ik naast je zat, als de volwassen Sarah die ik nu ben. Het viel me zwaar, je was verward, maar niet zorgeloos.
Ik nam afscheid, maar je bleef in mijn gedachten. Het nieuws dat je zorgen verdwenen zijn, je eeuwig slapen mag, brengt een vreemde vorm van geruststelling met zich mee.
Ik heb veel van jou geleerd. Dat familie geen bloed moet delen, jij was mijn derde grootmoeder, ik was jouw dochter, 'ons klein' zoals je me noemde.
Dat ik voor mezelf moet opkomen en dat je nooit te oud bent om een grote mond op te zetten.
Je leerde me hoe ik een boompje moest maken met parels en dat chocolade van de Aldi lekkerder wordt als je ze smelt en noten en room toevoegt.
Samen wandelden we met de honden: Marzine, Sloeber, Mickey,...en toen je ouder werd, wandelde ik alleen. Je koelkast was steeds gevuld met bitter lemon van de Aldi, want dat dronk ik graag. Tijdens de examenperiodes bezorgde je me een grote portie gekarameliseerde popcorn: hersenvoedsel. Je vertelde me heerlijke verhalen, over hoe je ooit iemands vlechtjes in het inktpotje sopte tijdens de les of over hoe je ooit een stuk uit iemands kaak beet.
Ik keek naar je op en dat ga ik blijven doen, vanaf nu zowel letterlijk als figuurlijk.
Bedankt voor alles lieve Anna en rust zacht.
Sarah
Ik heb al afscheid van je genomen, nog voor het je tijd was. De afstand was te groot, niet enkel fysiek, maar vooral mentaal. Hoe je in paniek zocht naar de kleine Sarah die ik ooit was, terwijl ik naast je zat, als de volwassen Sarah die ik nu ben. Het viel me zwaar, je was verward, maar niet zorgeloos.
Ik nam afscheid, maar je bleef in mijn gedachten. Het nieuws dat je zorgen verdwenen zijn, je eeuwig slapen mag, brengt een vreemde vorm van geruststelling met zich mee.
Ik heb veel van jou geleerd. Dat familie geen bloed moet delen, jij was mijn derde grootmoeder, ik was jouw dochter, 'ons klein' zoals je me noemde.
Dat ik voor mezelf moet opkomen en dat je nooit te oud bent om een grote mond op te zetten.
Je leerde me hoe ik een boompje moest maken met parels en dat chocolade van de Aldi lekkerder wordt als je ze smelt en noten en room toevoegt.
Samen wandelden we met de honden: Marzine, Sloeber, Mickey,...en toen je ouder werd, wandelde ik alleen. Je koelkast was steeds gevuld met bitter lemon van de Aldi, want dat dronk ik graag. Tijdens de examenperiodes bezorgde je me een grote portie gekarameliseerde popcorn: hersenvoedsel. Je vertelde me heerlijke verhalen, over hoe je ooit iemands vlechtjes in het inktpotje sopte tijdens de les of over hoe je ooit een stuk uit iemands kaak beet.
Ik keek naar je op en dat ga ik blijven doen, vanaf nu zowel letterlijk als figuurlijk.
Bedankt voor alles lieve Anna en rust zacht.
Sarah
woensdag 13 juni 2018
Ik: meestervervalser.
Het zoeken naar een woning gaat gepaard met de nodige frustratie. Het start met een afspraak bij de bank, dit kan tegenwoordig in joggingbroek aan je eettafel. Beide partijen zien elkaar via de webcam of nog beter...enkel de bankier is zichtbaar.
Er wordt gegoocheld met cijfers, je krijgt een richtbudget en de zoektocht kan starten.
Sneller dan je denkt vinden jullie een droomwoning, op een droomlocatie, met een frituur op wandelafstand. Je gaat twee keer kijken, eerst als koppel, vervolgens met je hele entourage.
Dan start het bieden, het is een spel van geven en nemen, elkaar tegemoet komen. De tegenpartij buigt niet, een verloren strijd, traantjes die vloeien bij het aan diggelen slaan van een droom.
Je zoekt dapper verder, maar het is moeilijker geworden, want niet alleen jij, maar ook je entourage refereert voortdurend naar de verloren woning.
Pagina's vol immobiliën komen voorbij, je begint ook de zwaktes van de droomwoning te zien, de onzekerheid over haar toekomst. Maar het doet pijn wanneer je ook haar nog online ziet staan, waarom wij niet?
Optimistisch als je bent heb je alvast een nieuwe bankkaart aangevraagd, want je loon bij de bank laten storten is een voorwaarde voor een voordelige lening.
Je vraagt je directie om het werkstation in te lichten, vlak voor de vakantie is makkelijker dan tijdens de vakantie, denk je.
Je stuurt ook het nodige formulier naar de bank om je domiciliëringen te laten overzetten. Even later krijg je telefoon. De handtekening op het formulier komt niet overeen met de handtekening op je identiteitskaart. Je vraagt een nieuw formulier.
Met je identiteitskaart voor je teken je langzaam en zorgvuldig het nieuwe papier. Dit moet goed zijn, je stuurt het op. Een tweede telefoontje blijft uit, dat zal wel een goed teken zijn.
Diezelfde dag ontdek je dat de postbode is langs geweest terwijl je niet thuis was. De briefjes in de brievenbus staan op naam van je vriend, gelukkig moest hij een kopie van zijn identiteitskaart en paspoort achterlaten van jou.
Als je erin slaagde je eigen handtekening te vervalsen lukt dat vast ook met de zijne. Je schrijft een volmacht, want je vriend zit in Amerika, en gaat met lichte stress naar het postkantoor.
De vrouw kijkt naar het formulier en vervolgens naar de identiteitskaart, even denk je dat ze je doorheeft, maar dan neemt ze haar scanner. "Biep" "Biep", met een grote glimlach neem je twee pakjes in ontvangst.
Nog even oefenen en ik ben de nieuwe Frank Abagnale jr.
Er wordt gegoocheld met cijfers, je krijgt een richtbudget en de zoektocht kan starten.
Sneller dan je denkt vinden jullie een droomwoning, op een droomlocatie, met een frituur op wandelafstand. Je gaat twee keer kijken, eerst als koppel, vervolgens met je hele entourage.
Dan start het bieden, het is een spel van geven en nemen, elkaar tegemoet komen. De tegenpartij buigt niet, een verloren strijd, traantjes die vloeien bij het aan diggelen slaan van een droom.
Je zoekt dapper verder, maar het is moeilijker geworden, want niet alleen jij, maar ook je entourage refereert voortdurend naar de verloren woning.
Pagina's vol immobiliën komen voorbij, je begint ook de zwaktes van de droomwoning te zien, de onzekerheid over haar toekomst. Maar het doet pijn wanneer je ook haar nog online ziet staan, waarom wij niet?
Optimistisch als je bent heb je alvast een nieuwe bankkaart aangevraagd, want je loon bij de bank laten storten is een voorwaarde voor een voordelige lening.
Je vraagt je directie om het werkstation in te lichten, vlak voor de vakantie is makkelijker dan tijdens de vakantie, denk je.
Je stuurt ook het nodige formulier naar de bank om je domiciliëringen te laten overzetten. Even later krijg je telefoon. De handtekening op het formulier komt niet overeen met de handtekening op je identiteitskaart. Je vraagt een nieuw formulier.
Met je identiteitskaart voor je teken je langzaam en zorgvuldig het nieuwe papier. Dit moet goed zijn, je stuurt het op. Een tweede telefoontje blijft uit, dat zal wel een goed teken zijn.
Diezelfde dag ontdek je dat de postbode is langs geweest terwijl je niet thuis was. De briefjes in de brievenbus staan op naam van je vriend, gelukkig moest hij een kopie van zijn identiteitskaart en paspoort achterlaten van jou.
Als je erin slaagde je eigen handtekening te vervalsen lukt dat vast ook met de zijne. Je schrijft een volmacht, want je vriend zit in Amerika, en gaat met lichte stress naar het postkantoor.
De vrouw kijkt naar het formulier en vervolgens naar de identiteitskaart, even denk je dat ze je doorheeft, maar dan neemt ze haar scanner. "Biep" "Biep", met een grote glimlach neem je twee pakjes in ontvangst.
Nog even oefenen en ik ben de nieuwe Frank Abagnale jr.
Labels:
bank,
geld,
handtekening,
identiteitskaart,
lening,
pakket,
post,
vervalsen,
woning,
zoektocht
maandag 4 juni 2018
Maandagavond in de NT2-klas
"Oké Kostas, situatie: je opent een vrouw...", het gelach start, "Nee! Nee! Ik bedoel een deur, je opent een deur vóór een vrouw! Argh! Het is maandag, maandagen zijn moeilijk! Een deur!"
Het is te laat, de toon is gezet.
"Oké Ahmed, situatie: je hebt bezoek...", "Oh, bezoek, een mooie vrouw op bezoek?", vraagt Ahmed.
"Euhm, neen, een koppel en twee kinderen."
"Een koppel? Een vrouw?", vraagt hij.
"Begrijp je een koppel? Een man en een vrouw, twee mannen of twee vrouwen en ze hebben een relatie." Ik provoceer graag. De reactie was positief: "Jaja, oké.", zegt de klas in koor.
Volgende oefening: "Stefan, welke kleur heeft de auto?" "Purple", luidt het antwoord. "Oké, maar wat is dat in het Nederlands?" De stilte is oorverdovend. "Het start met een 'paa'.", zeg ik dan.
"Huh, wat?", ze kijken me vreemd aan. "Nee, nee, maandag, het is maandag, een 'pee' bedoel ik!"
Zo komen we uiteindelijk uit op 'paars'.
Na nog wat geklooi met de computer waarvan het toetsenbord op qwerty stond en een smartboard dat wél werkt, loopt de les ten einde: "Goed, dit doen jullie tegen donderdag."
"Huh, donderdag, wat?", paniekerige ogen kijken me aan. "Woensdag, ik bedoel woensdag, sorry het is maandag."
Ze lachen, maandag is een universeel geldig excuus.
Het is te laat, de toon is gezet.
"Oké Ahmed, situatie: je hebt bezoek...", "Oh, bezoek, een mooie vrouw op bezoek?", vraagt Ahmed.
"Euhm, neen, een koppel en twee kinderen."
"Een koppel? Een vrouw?", vraagt hij.
"Begrijp je een koppel? Een man en een vrouw, twee mannen of twee vrouwen en ze hebben een relatie." Ik provoceer graag. De reactie was positief: "Jaja, oké.", zegt de klas in koor.
Volgende oefening: "Stefan, welke kleur heeft de auto?" "Purple", luidt het antwoord. "Oké, maar wat is dat in het Nederlands?" De stilte is oorverdovend. "Het start met een 'paa'.", zeg ik dan.
"Huh, wat?", ze kijken me vreemd aan. "Nee, nee, maandag, het is maandag, een 'pee' bedoel ik!"
Zo komen we uiteindelijk uit op 'paars'.
Na nog wat geklooi met de computer waarvan het toetsenbord op qwerty stond en een smartboard dat wél werkt, loopt de les ten einde: "Goed, dit doen jullie tegen donderdag."
"Huh, donderdag, wat?", paniekerige ogen kijken me aan. "Woensdag, ik bedoel woensdag, sorry het is maandag."
Ze lachen, maandag is een universeel geldig excuus.
Labels:
excuus,
maandag,
multicultureel,
nederlands,
nt2
maandag 28 mei 2018
Gesmolten
Een oude man staart afwezig naar het deksel van het rioolputje, zijn handen in werkhandschoenen gehuld. Met behulp van emmers goot hij zijn vloeibaar geworden vrouw door de tralies. De roze massa mengde zich met het regenwater van de afgelopen dagen. Water is onsterfelijk, nu maakt ze deel uit van de regencyclus. Ze zal ter hemel opgenomen worden en weer op aarde neerdalen. Op een warme dag zullen kinderen hun tong uitsteken en een stukje van haar opnemen: "Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt."
Ze was bang vergeten te worden, een vervuilde zerk in een hoek van de begraafplaats, geen kinderen en een man die binnenkort sterven zal. Uitstrooien, zweven door de lucht, de wereld zien. Ze vloog niet graag.
Hij smolt haar, dat zagen ze eens in een tv-programma: "Zo wil ik ook gaan", zei ze toen. Nu zwemt ze het eeuwige leven in.
Hij mompelt nog een: "Tot later!" en slentert richting zijn wagen, verlangend naar de volgende regenbui.
Ze was bang vergeten te worden, een vervuilde zerk in een hoek van de begraafplaats, geen kinderen en een man die binnenkort sterven zal. Uitstrooien, zweven door de lucht, de wereld zien. Ze vloog niet graag.
Hij smolt haar, dat zagen ze eens in een tv-programma: "Zo wil ik ook gaan", zei ze toen. Nu zwemt ze het eeuwige leven in.
Hij mompelt nog een: "Tot later!" en slentert richting zijn wagen, verlangend naar de volgende regenbui.
zaterdag 19 mei 2018
De vrouw met de muizenblaas
'Oh, een wc, nog snel even binnen', dacht ik wanneer ik een versleten bordje zag hangen aan een vervallen stenen bouwsel. Ik liep de deur door die me naar een trap leidde, ik ging de trap af. Ik zag twee wc-potten, gescheiden door een met mos begroeide muur. De hengsels hingen er nog, de deuren niet meer. De grond was bezaaid met takken en bruine bladeren. 'Oh well, hier komt toch niemand binnen', ik nam plaats op de meest linkse pot. Zo zat ik niet tegenover de trap en kon ik nog op tijd recht springen wanneer ik iemand zou horen aankomen.Ik hield de trap nauwlettend in het oog en deed mijn best zo snel mogelijk te plassen, maar dat valt niet mee wanneer je niet goed beschut bent.
Plots bewoog er iets recht tegenover me, geschrokken keek ik op, het was een kleine kraai, nog een peuter. Ik keek toe terwijl hij langzaam onder de bruine bladeren uit kroop, hij deed zijn bekje open en maakte een klagelijk geluid.
Ik voelde iets aan mijn rechterschouder, draaide mijn hoofd en slaakte een gil. Naast me hing een dode, jonge kraai te bungelen. Ik keek links van me, daar hingen er zelfs twee. Hoe had ik die over het hoofd kunnen zien toen ik ging zitten?
Het geluid van de jonge kraai, die nog vol leven zat, werd steeds luider. Snel trok ik mijn broek op, ik wilde weg. Wanneer ik richting de trap liep, vloog de jonge kraai op me af. Uit pure reflex greep ik hem in volle vlucht en smeet hem tegen de grond. Ik was nog maar drie treden de trap op of het klagelijke geluid was daar weer. Luider, kakofonisch, honderden vogels stormden op me af. Ik verloor mijn evenwicht. Ze trokken aan mijn oorlellen, pikten in mijn buik en deden zich te goed aan mijn ogen.
Ik bleef liggen, in die wc die alleen gespot kon worden door een vrouw als ik, de vrouw met de muizenblaas. En jij zat aan het kampvuur, nietsvermoedend. Het werd laat, opgetogen ging je naar huis, wat een fijne avond, je kon het niet weten.
maandag 7 mei 2018
U mag nu de schepen zijn hand schudden.
"Mechelse schepen weigert huwelijk omdat bruid hem geen hand wil geven", las ik vandaag op mijn Facebook nieuwsoverzicht.
#machtsmisbruik, was het eerste dat bij me opkwam samen met een gevoel van walging voor de maatschappij waarin ik leef.
Een paar minuutjes googelen leerden me al snel dat dit niet de eerste keer was. Ook in Brussel werden al 8 huwelijken geweigerd om dezelfde reden.
Vreemd, want wanneer ik op de website van de Vlaamse overheid kijk staat het schudden van handen niet bij de voorwaarden waaraan men moet voldoen om te trouwen.
Het is een manier om "integratie" te forceren, gewoontes te verplichten, 2 geliefden voor een voldongen feit stellen: of je laat hier en nu je geloof en principes vallen of je zal nooit kunnen trouwen.
Ik begrijp dat het weigeren van handen geven moeilijk te combineren valt met het bekleden van een openbare functie waarbij je dagelijks mensen moet begroeten. Ik begrijp dat het Vlaamse landschap daar nog niet klaar voor is.
Maar daar vroegen deze mensen niet om. Zij wilden een papier ter bewijs van hun liefde, een verbintenis aangaan, waar de rest van de wereld zich niet mee te moeien heeft.
En toch...toch zijn er azijnpissers met veel macht die daar een stokje voor steken, denken dat ze het recht hebben om deze mensen te dwarsbomen en niemand die hen tegenhoudt, hoewel ze niet wettelijk bezig zijn.
Who cares of vrouwen mannen de hand schudden? Zolang er wederzijds respect en een soort van begroeting is zitten we goed, toch? Al zal dat wederzijds respect een proces van lange adem zijn zolang bekrompen schepenen het voor het zeggen hebben.
#machtsmisbruik, was het eerste dat bij me opkwam samen met een gevoel van walging voor de maatschappij waarin ik leef.
Een paar minuutjes googelen leerden me al snel dat dit niet de eerste keer was. Ook in Brussel werden al 8 huwelijken geweigerd om dezelfde reden.
Vreemd, want wanneer ik op de website van de Vlaamse overheid kijk staat het schudden van handen niet bij de voorwaarden waaraan men moet voldoen om te trouwen.
Het is een manier om "integratie" te forceren, gewoontes te verplichten, 2 geliefden voor een voldongen feit stellen: of je laat hier en nu je geloof en principes vallen of je zal nooit kunnen trouwen.
Ik begrijp dat het weigeren van handen geven moeilijk te combineren valt met het bekleden van een openbare functie waarbij je dagelijks mensen moet begroeten. Ik begrijp dat het Vlaamse landschap daar nog niet klaar voor is.
Maar daar vroegen deze mensen niet om. Zij wilden een papier ter bewijs van hun liefde, een verbintenis aangaan, waar de rest van de wereld zich niet mee te moeien heeft.
En toch...toch zijn er azijnpissers met veel macht die daar een stokje voor steken, denken dat ze het recht hebben om deze mensen te dwarsbomen en niemand die hen tegenhoudt, hoewel ze niet wettelijk bezig zijn.
Who cares of vrouwen mannen de hand schudden? Zolang er wederzijds respect en een soort van begroeting is zitten we goed, toch? Al zal dat wederzijds respect een proces van lange adem zijn zolang bekrompen schepenen het voor het zeggen hebben.
zaterdag 7 april 2018
Ik ben niet de ik-figuur
Vandaag nam ik eindelijk nog eens mijn pen vast, de houten vulpen die ik samen met mijn papa op de Paardenmarkt kocht, en nam ik het maagdelijk schriftje, dat ik van mijn broer en zijn vriendin kreeg, uit het boekenrek. Ik vind het altijd spannend om een nieuw schriftje te gebruiken. Wanneer je pen het witte blad raakt ga je een verbintenis aan, je maakt een soort van belofte aan het schriftje: "Ik zal je vullen met de mooiste woorden die ik ken." Ontmaagden doe je niet zomaar, ik wil het schriftje niet teleurstellen, ik wil volhouden, tot de laatste pagina.
Ik ben beginnen schrijven en schreef wat je een eerste hoofdstuk zou kunnen noemen van een verhaal, dat hopelijk de lengte krijgt van een (korte) roman. Ik keek naar het schriftje, teleurgesteld in mezelf. Waarom schreef ik in het presens? Het is zoveel eenvoudiger om over gedane zaken te schrijven. Maar misschien is de betrokkenheid van de lezer hoger wanneer ik in het nu schrijf? Ik kan toch niet meer veranderen, of wel? De woorden staan er, het schriftje is beklad, zijn bloempje is geplukt.
Stel dat ik doorzet en de woorden op papier zet, stel dat ik honderd(en) pagina's schrijf, herschrijf en min of meer tevreden ben met het resultaat, wie zal het dan lezen? Wie durf ik het te laten lezen? Wie zal geen oordeel vormen over de gedachten die ik op papier zette, wie zal mij niet vereenzelvigen met de ik-persoon die ik creëerde. De persoon die in zoveel opzichten op mij lijken zal, maar dan donkerder, duisterder, een ik uit een ander universum, maar nooit ik, Sarah.
Ik ben bang, een bewijs dat ik nooit de ik-persoon uit het verhaal kan zijn. Maar ik sloot een pact met het schriftje en schrijven zal ik. Langzaam, want een vulpen glijdt niet vlot over het papier. Maar op een dag bekom ik een resultaat en mensen zullen een oordeel vormen en zich misschien afvragen waar het mis ging.
En met opgeheven hoofd zal ik hen zeggen: "Ik ben niet de ik-figuur." en ze moeten het maar accepteren. Dat heb ik ook moeten doen.
Ik ben beginnen schrijven en schreef wat je een eerste hoofdstuk zou kunnen noemen van een verhaal, dat hopelijk de lengte krijgt van een (korte) roman. Ik keek naar het schriftje, teleurgesteld in mezelf. Waarom schreef ik in het presens? Het is zoveel eenvoudiger om over gedane zaken te schrijven. Maar misschien is de betrokkenheid van de lezer hoger wanneer ik in het nu schrijf? Ik kan toch niet meer veranderen, of wel? De woorden staan er, het schriftje is beklad, zijn bloempje is geplukt.
Stel dat ik doorzet en de woorden op papier zet, stel dat ik honderd(en) pagina's schrijf, herschrijf en min of meer tevreden ben met het resultaat, wie zal het dan lezen? Wie durf ik het te laten lezen? Wie zal geen oordeel vormen over de gedachten die ik op papier zette, wie zal mij niet vereenzelvigen met de ik-persoon die ik creëerde. De persoon die in zoveel opzichten op mij lijken zal, maar dan donkerder, duisterder, een ik uit een ander universum, maar nooit ik, Sarah.Ik ben bang, een bewijs dat ik nooit de ik-persoon uit het verhaal kan zijn. Maar ik sloot een pact met het schriftje en schrijven zal ik. Langzaam, want een vulpen glijdt niet vlot over het papier. Maar op een dag bekom ik een resultaat en mensen zullen een oordeel vormen en zich misschien afvragen waar het mis ging.
En met opgeheven hoofd zal ik hen zeggen: "Ik ben niet de ik-figuur." en ze moeten het maar accepteren. Dat heb ik ook moeten doen.
Labels:
fantasie,
roman,
schrijven,
vereenzelvigen,
verhaal
zondag 25 maart 2018
Het begin van het einde
Morgen word ik 26 jaar, het begin van het einde, binnenkort vergane glorie.
Een mens zou pieken op zijn 25, vanaf dan gaat het fysiek en mentaal bergaf. Mythe of niet, ik ben nog niet klaar met pieken.
De angst voor die neerwaartse spiraal heeft zich diep in mij geworsteld. Woordenschat verliezen, sleutels vergeten, ik klamp me vast aan mijn universitaire diploma's. Deze heb ik behaald op weg naar de top, een bewijs van wat ik ooit in mijn mars had.
Ik ben niet de meest handige persoon. Geef me een mes en ik snijd me, ga met me wandelen en ik val, bied me een glas water aan en ik stoot het om,...mijn onhandigheid is altijd een deel van mij geweest. De Carrongenen, erfelijk klunzig zijn. Ik schaam me er niet voor, ik ga het niet ontkennen.
Maar "dom" worden, het verliezen van mijn geheugen, mijn parate kennis, mijn uitgebreide woordenschat, dat vrees ik het meest.
Stel me een aardrijkskundige vraag en ik zal niet antwoorden. Ik zwijg liever, dan fout te antwoorden. Enkele jaren terug begreep ik niet of ik de klok vooruit of achteruit moest zetten. Ik kon wel huilen, want ik voelde me oliedom.
Wanneer ik denk aan kinderen dan hoop ik dat ze slim zullen zijn. Niet mooi, niet sportief, niet populair, slim. Niets lijkt me erger dan slechte rapporten en bijlessen die nergens toe leiden. Niets lijkt me erger dan "koekerond" zijn.
Bijna 26...en nu? Ik studeer een nieuwe taal, probeer meer te lezen en vul af en toe een puzzel in. Hersenvoer, zo probeer ik het diepe dal der onwetendheid te vermijden.
Lang zal ik leven!
Een mens zou pieken op zijn 25, vanaf dan gaat het fysiek en mentaal bergaf. Mythe of niet, ik ben nog niet klaar met pieken.
De angst voor die neerwaartse spiraal heeft zich diep in mij geworsteld. Woordenschat verliezen, sleutels vergeten, ik klamp me vast aan mijn universitaire diploma's. Deze heb ik behaald op weg naar de top, een bewijs van wat ik ooit in mijn mars had.
Ik ben niet de meest handige persoon. Geef me een mes en ik snijd me, ga met me wandelen en ik val, bied me een glas water aan en ik stoot het om,...mijn onhandigheid is altijd een deel van mij geweest. De Carrongenen, erfelijk klunzig zijn. Ik schaam me er niet voor, ik ga het niet ontkennen.
Maar "dom" worden, het verliezen van mijn geheugen, mijn parate kennis, mijn uitgebreide woordenschat, dat vrees ik het meest.
Stel me een aardrijkskundige vraag en ik zal niet antwoorden. Ik zwijg liever, dan fout te antwoorden. Enkele jaren terug begreep ik niet of ik de klok vooruit of achteruit moest zetten. Ik kon wel huilen, want ik voelde me oliedom.
Wanneer ik denk aan kinderen dan hoop ik dat ze slim zullen zijn. Niet mooi, niet sportief, niet populair, slim. Niets lijkt me erger dan slechte rapporten en bijlessen die nergens toe leiden. Niets lijkt me erger dan "koekerond" zijn.
Bijna 26...en nu? Ik studeer een nieuwe taal, probeer meer te lezen en vul af en toe een puzzel in. Hersenvoer, zo probeer ik het diepe dal der onwetendheid te vermijden.
Lang zal ik leven!
Abonneren op:
Posts (Atom)

