Ik fiets uiterst rechts. Wanneer de lange, grauwe armen uit de struiken links van me schieten, zullen ze nét niet lang genoeg zijn. Hun ver vergaande vingertoppen zullen nipt mijn broek borstelen, dode huidcellen achterlatend. Hun dierlijke kreten zullen de omliggende buren doen ontwaken uit een diepe slaap en met een uit de pan swingende hartslag zal ik ongedeerd verder fietsen.Ik fiets langs het verlaten station, langs de maïsvelden, langs de koeienweide,... Wacht, stonden er deze morgen geen twee koeien in de wei?
Met een klein hartje volg ik de donkere weg verder. Ergens op het midden van deze verlaten baan zal de koe staan. Ze wacht op mij, ik weet het. Haar vuurrode ogen zullen in de verte reeds zichtbaar zijn. De wereld is inktzwart, maar zij zal verlicht zijn. Wanneer ze spreekt, want spreken zal ze, zullen tientallen stemmen gelijktijdig haar keel ontsnappen. De haren in mijn nek zullen rechtstaan wanneer ik me langs haar probeer te wringen, elk accidenteel contact zal een blijvend litteken achterlaten op mijn huid, maar het is niet haar die ik vrezen moet, het is haar boodschap.
Heelhuids bereik ik de oprit. Opgejaagd zoek ik mijn sleutel. Wanneer ik hem niet meteen kan vinden, vraag ik me af of ik niet beter gewoon kan aanbellen zodat het lief me kan binnenlaten. Dan klinkt zijn stem: "Sarah?" Blij hem te horen ga ik op mijn tippen staan om door het raampje naar binnen te kijken. De gang is leeg. Ik kijk om me heen. Ik sta moederziel alleen in onze maanverlichte straat. Als bezeten schud ik mijn rugzak leeg op de oprit en neem mijn sleutel stevig in mijn handen. Ik weiger de stem zonder vlees een antwoord te bieden, ik wil hem geen vorm geven.
Ik spurt naar binnen en laat de nacht achter mij.
Wanneer de zon opkomt zal alles weer anders zijn.
Knap..
BeantwoordenVerwijderen