"Oké Kostas, situatie: je opent een vrouw...", het gelach start, "Nee! Nee! Ik bedoel een deur, je opent een deur vóór een vrouw! Argh! Het is maandag, maandagen zijn moeilijk! Een deur!"
Het is te laat, de toon is gezet.
"Oké Ahmed, situatie: je hebt bezoek...", "Oh, bezoek, een mooie vrouw op bezoek?", vraagt Ahmed.
"Euhm, neen, een koppel en twee kinderen."
"Een koppel? Een vrouw?", vraagt hij.
"Begrijp je een koppel? Een man en een vrouw, twee mannen of twee vrouwen en ze hebben een relatie." Ik provoceer graag. De reactie was positief: "Jaja, oké.", zegt de klas in koor.
Volgende oefening: "Stefan, welke kleur heeft de auto?" "Purple", luidt het antwoord. "Oké, maar wat is dat in het Nederlands?" De stilte is oorverdovend. "Het start met een 'paa'.", zeg ik dan.
"Huh, wat?", ze kijken me vreemd aan. "Nee, nee, maandag, het is maandag, een 'pee' bedoel ik!"
Zo komen we uiteindelijk uit op 'paars'.
Na nog wat geklooi met de computer waarvan het toetsenbord op qwerty stond en een smartboard dat wél werkt, loopt de les ten einde: "Goed, dit doen jullie tegen donderdag."
"Huh, donderdag, wat?", paniekerige ogen kijken me aan. "Woensdag, ik bedoel woensdag, sorry het is maandag."
Ze lachen, maandag is een universeel geldig excuus.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten